Wanneer je voor het eerst met Blender werkt, valt het direct op: 3D-modelleren is meer dan alleen objecten over je scherm slepen. Om een vorm echt aan te passen, een karakter te boetseren of texturen te schilderen, heeft Blender verschillende Modes (werkstanden).
In deze les ontdek je welke modes er zijn, wat je ermee kunt doen en hoe je snel tussen deze standen schakelt binnen je gestroomlijnde workflow.
In Blender bepaalt de mode welke gereedschappen (tools) en opties je tot je beschikking hebt. Zie het als een gereedschapskist: als je hout wilt zagen, pak je ander gereedschap dan wanneer je het gaat schilderen.
Bovenaan in de 3D Viewport kun je op elk moment wisselen tussen deze werkstanden.
Tip: Met de Tab-toets op je toetsenbord wissel je bliksemsnel tussen de twee meest gebruikte standen: Object Mode en Edit Mode!
Afhankelijk van het gekozen object (zoals een mesh, lamp of camera) zijn er verschillende modes beschikbaar. Hieronder bespreken we de belangrijkste standen voor 3D-meshes.
Dit is de standaardstand van Blender. In Object Mode behandel je 3D-objecten als één geheel.
G), roteren (R), schalen (S) en rangschikken in je scène.In Edit Mode duik je letterlijk in het object. Je past de geometrie van een mesh aan op het niveau van Vertices (punten), Edges (lijnen) en Faces (vlakken).
E), insnijdingen maken (Ctrl + R) en vormen modelleren.Belangrijk: In Edit Mode kun je snel schakelen tussen selectieniveaus met de nummertoetsen bovenaan je toetsenbord:
* 1 = Vertex selectie (Punten)
* 2 = Edge selectie (Lijnen)
* 3 = Face selectie (Vlakken)
Met Sculpt Mode verandert Blender in een digitaal kleimodelleerprogramma. In plaats van individuele punten te verplaatsen, gebruik je kwasten (brushes) om de 3D-klei op te bollen, in te drukken of glad te strijken.
Wil je je 3D-model voorzien van kleur, patronen of details zoals krassen en vuil? In Texture Paint Mode schilder je met een 2D-kwast rechtstreeks op het 3D-oppervlak van je model.
In plaats van een externe textuurafbeelding te schilderen, ken je in Vertex Paint direct kleuren toe aan de hoekpunten (vertices) van een object.
Deze mode is van cruciaal belang bij 3D-animatie en rigging (het geven van een digitaal skelet aan een 3D-model).
Snel kunnen schakelen tussen modes versnelt je workflow enorm:
| Sneltoets | Actie |
|---|---|
Tab | Schakel tussen Object Mode en Edit Mode |
Ctrl + Tab | Open het Mode Pie Menu om direct elke mode te kiezen |
1 / 2 / 3 | Schakel tussen Vertex, Edge en Face selectie (in Edit Mode) |
Denk aan de onderstaande vuistregel wanneer je twijfelt welke mode je moet kiezen:
Onthoud: Oefening baart kunst! Probeer het Pie Menu (Ctrl + Tab) uit om vlot door de verschillende omgevingen van Blender te navigeren.